Ga naar hoofdinhoud
Low Carb Netherlands
← Alle artikelenInsulineresistentie

Wat is insulineresistentie?

Redactie Low Carb Netherlands5 min leestijd

Insulineresistentie is een van die medische termen die de meeste mensen wel eens hebben gehoord, meestal in verband met suikerziekte, maar die maar weinig mensen goed kunnen uitleggen. Toch is insulineresistentie waarschijnlijk de meest onderschatte oorzaak van chronische klachten in de westerse wereld: van vermoeidheid en gewichtstoename tot hoge bloeddruk, gewrichtsklachten en uiteindelijk diabetes type 2.

Het sluipende karakter is precies wat het zo lastig maakt. Insulineresistentie ontwikkelt zich meestal over jaren, soms decennia, zonder dat je duidelijke klachten hebt. Tegen de tijd dat het zichtbaar wordt in een bloedtest of als gewrichtsklacht in de spreekkamer, is er vaak al veel schade aangericht.

Insuline: veel meer dan een suikerhormoon

Insuline is een hormoon dat wordt aangemaakt in de alvleesklier (pancreas). De bekendste taak van insuline is het verlagen van je bloedsuikerspiegel: na een maaltijd met koolhydraten stijgt de hoeveelheid glucose in je bloed, en insuline zorgt ervoor dat die glucose de cellen in kan om als energie te worden gebruikt.

Maar insuline doet meer dan dat. Alle glucose die je op dat moment niet direct nodig hebt, wordt onder invloed van insuline opgeslagen: eerst als glycogeen in lever en spieren, en zodra die voorraden vol zitten, als vet. Insuline is daarmee het belangrijkste opslaghormoon van het lichaam. Zolang de insulinespiegel hoog is, staat het lichaam in de opslagstand en wordt vetverbranding actief geremd.

De bezorger die steeds harder moet bellen

Stel je insuline voor als een bezorger die suiker bij je cellen aflevert. Vroeger hoefde hij maar één keer aan te bellen: de deur ging open en de suiker kon naar binnen. Maar na jarenlange blootstelling aan veel en vaak insuline, doordat we voortdurend koolhydraatrijk en bewerkt eten, raken cellen minder gevoelig voor dat signaal. De deur gaat niet meer vanzelf open. De bezorger moet harder bellen, vaker langskomen en langer aandringen.

Dat is insulineresistentie in één zin: je lichaam heeft steeds meer insuline nodig om precies hetzelfde effect te bereiken. De cellen in spieren, lever en vetweefsel reageren minder goed op insuline, waardoor de alvleesklier gedwongen wordt om meer insuline te produceren om de bloedsuikerspiegel binnen normale grenzen te houden.

Van compensatie naar diabetes type 2

Zolang je alvleesklier die extra vraag kan bijbenen, blijft je bloedsuiker op papier normaal. Er ontstaat wel een verhoogde insulinespiegel in het bloed, hyperinsulinemie genoemd, maar de bloedsuiker zelf blijft stabiel. Dat is precies waarom insulineresistentie in een regulier bloedonderzoek vaak jarenlang onder de radar blijft: er wordt zelden standaard naar insulinespiegels gekeken, alleen naar glucose.

Na verloop van tijd kunnen de insulineproducerende cellen van de alvleesklier echter uitgeput raken. Ze kunnen niet oneindig meer insuline blijven produceren. Op het moment dat de productie tekortschiet, begint de bloedsuikerspiegel te stijgen. Dat is het punt waarop de diagnose diabetes type 2 wordt gesteld: niet het begin van het probleem, maar vaak het resultaat van een proces dat al jaren, soms tientallen jaren, aan de gang was.

Vroege signalen die makkelijk worden gemist

Insulineresistentie geeft in de beginjaren zelden duidelijke klachten. Als er al symptomen zijn, zijn ze subtiel en worden ze makkelijk aan iets anders toegeschreven:

  • Vermoeidheid, vooral kort na de maaltijd
  • Aanhoudende trek of moeite om af te vallen, ondanks diëten
  • Toename van buikvet
  • Donkere, fluweelachtige verkleuring van de huid in nek, oksels of liezen (acanthosis nigricans)
  • Een langzaam stijgende bloeddruk

Pas in een later stadium worden de gevolgen minder subtiel en vormen ze de basis voor vrijwel alle chronische aandoeningen waar we in het westen mee te maken hebben: van hart- en vaatziekten en diabetes type 2 tot, minder bekend maar minstens zo relevant, chronische gewrichtsklachten. Daar gaan de volgende artikelen in deze reeks dieper op in.

Hoe groot is het probleem in Nederland?

De cijfers zijn niet mals. Uit de Lifelines Cohort Study, een grootschalig Nederlands bevolkingsonderzoek onder ruim 74.500 deelnemers, bleek dat bijna de helft van de Nederlandse mannen (47,9%) overgewicht heeft en ruim één op de drie vrouwen (33,2%). Ongeveer één op de vijf mannen en één op de acht vrouwen voldeed aan de criteria voor het metabool syndroom, een cluster van risicofactoren waarin insulineresistentie de gemeenschappelijke noemer is.

Ook bij kinderen en jongeren loopt het percentage overgewicht gestaag op: in 2023 had ruim 11% van de kinderen tussen de 4 en 12 jaar overgewicht, oplopend tot bijna 19% van de 16- tot 20-jarigen. En slank zijn is geen garantie: onderzoek met MRI-scans laat zien dat bijna 60% van de mannen en 45% van de vrouwen met een normaal lichaamsgewicht toch overtollig vet rond hun organen heeft. In de vakliteratuur wordt dit TOFI genoemd: thin outside, fat inside.

Het goede nieuws

Insulineresistentie is, in tegenstelling tot veel andere chronische aandoeningen, grotendeels te voorkomen en voor een belangrijk deel om te keren. De insulinespiegel omlaag krijgen, met name door de manier waarop we eten aan te passen, is de meest directe hefboom die er is. In het volgende artikel in deze reeks gaan we in op hoe insulineresistentie precies ontstaat: welke rol voeding, fructose en chronische ontsteking daarin spelen, en waarom het geen simpele kwestie is van "minder eten, meer bewegen".

Referenties

  • Zhao, X., An, X., Yang, C., Sun, W., Ji, H. & Lian, F. (2023). The crucial role and mechanism of insulin resistance in metabolic disease. Frontiers in Endocrinology, 14.
  • Lifelines Cohort Study — bevolkingsonderzoek Noord-Nederland (circa 74.500 deelnemers, cijfers 2017), aangevuld met CBS/RIVM-cijfers over overgewicht bij kinderen en jongeren (2023).
  • Freeman, A.M., Acevedo, L.A. & Pennings, N. (2023). Insulin Resistance. In: StatPearls [Internet]. Treasure Island (FL): StatPearls Publishing.
  • Sesti, G. (2006). Pathophysiology of insulin resistance. Best Practice & Research Clinical Endocrinology & Metabolism, 20(4), 665-679.

Dit artikel is bedoeld ter informatie en vervangt geen individueel medisch advies. Heb je vragen over je eigen gezondheid? Overleg met je huisarts of een gespecialiseerde zorgverlener.